“Yes Attie no job anymore!!!” Dat waren de woorden die Theo afgelopen donderdagavond tegen Attie zei. We hadden het nog een goede week aangekeken en gesprekken gevoerd met andere expats en waren na nog een aantal voorvallen tot de conclusie gekomen dat het onmogelijk was om met Attie door te gaan.
Ik had haar vorige werkgeefster nog gebeld een Nieuw-Zeelandse en ze vertelde mij precies de dingen die ik nu ook met Attie mee maakte.
Zij had haar eind december 2007 de deur gewezen, nadat ze Attie al diverse waarschuwingen gegeven had. Van Carol had ik gehoord, dat zij er onderdoor was gegaan en ik had me voorgenomen dat mij dat niet zou gebeuren, maar mijn lichaam begon ook al diverse stressverschijnselen te vertonen. De sfeer in huis was hier gewoon om te snijden. Ook onder het personeel onderling.
Nadat ik Attie afgelopen donderdag van een smal muurtje op 3,5 meter hoogte boven een betonnen vloer afgehaald had, vertrok ze naar haar kamer zonder dat ik dat wist, natuurlijk omdat ze het weer eens een keer niet eens was met mijn beslissing. Ze was op dat muurtje geklommen om met een vuile doek onze slaapkamerramen te poetsen.
Ze had al een paar dagen de wastafel in het toilet niet gepoetst en dus was ik haar een tijdje na dit voorval aan het zoeken en vroeg aan Agus waar ze was. Hij vertelde mij dat ze op haar kamer was en dat ze sliep. Toen ik daar heel verbaasd op reageerde in de trend van: om 15.00 uur ’s middags zomaar gaan slapen? (de week daarvoor was dit ook al een keer gebeurd). Zei hij gauw: “Saya tidak tahu, Ibu”. (Ik weet het niet).
Hij was de auto aan het wassen en al snel na mijn vraag zag ik hem naar haar kamerdeur gaan om daar een bons op te geven.
Even daarna belde Theo dat hij ’s avonds uit eten zou gaan met iemand van het werk en merkte toen dat ik het helemaal gehad had en hij zei dat hij naar huis kwam, om haar de deur te wijzen.
Aangezien Agus de auto in het sop had staan, kon hij niet direct naar kantoor rijden om Theo op te halen. Ongeveer een uur later ging ik naar Agus toe om te zeggen: “Pak Theo mau pulang” (Theo wil naar huis komen). Op hetzelfde moment zag ik Attie uit de “badkamer” komen helemaal gewassen en gesteven in haar mooiste kleren. Het was ondertussen even na 16.00 uur en ik zei tegen haar dat ik haar kwijt was geweest. Agus bevestigde dat. Waarop ze zei: “ja ik was even weg en saya mandi (ik heb me gewassen). Had Ibu mij nodig dan?” Het gezicht wat ze daarbij had kan ik niet beschrijven, maar neem van mij aan dat mijn bloed kookte. Ik zei:” ja ik had je nodig, kom maar eens met mij mee.” Ik liep naar de toiletdeur en toen zei ze direct: “oh ja Ibu saya lupa”(ben ik vergeten). Ze heeft toen alsnog in haar zondagse kleren het toilet gedaan.
Agus is Theo gaan halen en Theo en ik hebben daarna nog even weer over de situatie gesproken. We kwamen tot de conclusie dat het zo echt niet verder ging en dat Theo haar de deur zou wijzen. Het is hier gebruikelijk dat de vrouw de baas in huis is en het personeel aanstuurt, maar dat de man het personeel betaalt, maar ook de deur wijst. (Geweldige afspraak).
Van anderen hadden we gehoord dat ze waarschijnlijk een enorme stampij zou gaan maken, maar eigenlijk viel dat nog wel mee. We waren natuurlijk op het ergste voorbereid. Ze mocht direct vertrekken of de volgende dag, die keus was aan haar. Gebruikelijk is dan dat ze dan nog een maandsalaris mee krijgen.
Ze koos ervoor om direct te vertrekken en met veel kabaal heeft ze haar persoonlijke spullen ingepakt. Ze schreeuwde nog iets tegen de maid van de overkant, maar gelukkig verstonden we dat niet.
Op het moment dat Theo haar de deur wees, heb ik Margriet (een Nederlandse die hier al in totaal 10 jaar woont) gebeld en gezegd dat ik zonder pembantu zat. Zij heeft toen geregeld, dat wij vrijdagmorgen om 9.00 uur een sollicitatiegesprek met Ibu Tati bij haar thuis hadden.
Vanaf vrijdagmorgen werkt Ibu Tati bij ons en is het één en al zonneschijn hier bij ons in huis. (Letterlijk en figuurlijk)
woensdag 9 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten